Vooraanzicht van de muurbogen van Oudewand 53 - 55.

Oudewand 53 heeft dus de stadsmuurresten van de linkerhelft van de tekening. Van de bogen is weinig over.
De middelste steunbeer (de zuidelijke kelder) is bijna bijna geheel afgebroken. Mogelijk is de rand van de beerput een overblijfsel.
De linkersteunbeer is echter de scheidingsmuur tussen Oudewand 53 en 51 en daardoor gedeeltelijk behouden. Een smalle strook tot aan de voormalige walgang op de eerste verdieping is nog aanwezig in het huis. Op de begane grond is de aanzet tot de boog te zien. De walgang zelf bevond zich ter hoogte van de eerste verdieping van het huis, ca 4 meter boven huidig straat niveau. Het middeleeuwse straat niveau lag daar ca een halve meter onder. Op ca 1 meter boven de walgang wisselen smalle en brede schietsleuven elkaar af. In ongeveer het midden van het huis bevond zich waarschijnlijk een brede sleuf van ca 60 cm, waar later een raam in is gemaakt. Op ca 1,5 m links en rechts de smalle sleuven.

De oorspronkelijke breedte van de boogpilaar was 3,5 steens met een steenlengte van 28 cm (ca 1,05m). Voor de diepte geldt hetzelfde. De stadsmuur zelf was 2,5 steens dik, ca 75 cm. Afstand tussen de steunberen: ca 2,50m. Op een meter onder straat niveau is de stadsmuur nog op oorspronkelijke dikte van 2,5 steens. Daar is nog te zien dat de muur in onregelmatig vlaams / klezoren verband is gemetseld.


Onderkant stadsmuur




Restant van fundament van steunboog.



17de eeuwse situatie van de huisjes Armenhage / Oudewand.



terug